Nou er toch een regering zit van liberale snit, overigens een regering waar ik weinig goeds van verwacht, ben ik wel zo opportunistisch om van de gelegenheid gebruik te maken hier en daar voorstellen te doen om enige overheidbemoeienis weg te snoeien. Laat ik maar beginnen met het onderwijs. De administratieve lasten voor groepsleerkrachten onder druk van de onderwijsinspectie hebben onaanvaardbare proporties aangenomen. Leerkrachten zijn verplicht tot het maken van een groepsplan en een weekplan. Daarnaast voor een aantal individuele kinderen nog handelingsplannen en dan ook nog eens per vak. Voorts moeten de uitslagen van toetsen worden ingevoerd in de computer en dan is het maar afwachten of de inspecteur de administratie wel op orde vindt. Het is in deze tijd helaas vaak belangrijker dat alles op papier klopt, dan dat er werkelijk wordt gelet op de kwaliteit van het onderwijs. Voor de inspecteur is het voldoende om te weten dat een school bij rekenen bijvoorbeeld gebruik maakt van de methode 'Rekenrijk', omdat deze methode voldoet aan de kerndoelen. Of alle leerkrachten ook daadwerkelijk de methode gebruiken zoals ze bedoeld is, maakt dan weer niet uit (is ook lastig controleerbaar). Inmiddels heeft de oude ministerraad begin dit jaar ingestemd met het wetsvoorstel 'Referentieniveaus taal en rekenen' die in het schooljaar 2010/2011 van start gaat. Uiteraard via een geleidelijke invoering om de werkdruk voor de leerkrachten niet onnodig te verhogen, maar wel meetellend voor de verwijzing naar het voortgezet onderwijs. De bedoelingen met deze referentieniveaus zijn ongetwijfeld goed en tal van geleerden die niets anders te doen hadden, in ieder geval niets beters, hebben zich er over gebogen, maar de vraag: "welk probleem lossen we hiermee op" staat in dit geval kaarsrecht overeind.
We kennen toch al het Cito-leerlingvolgsysteem en we kennen toch al de Cito-eindtoets? Maak deze verplicht voor alle basisscholen, net als in het voortgezet onderwijs het Centraal Eindexamen landelijk verplicht is, doe datzelfde met het leerlingvolgsysteem en we hebben een sluitend systeem van niveaubepaling van alle kinderen in het basisonderwijs.
Zorg ervoor dat die toetsen allemaal digitaal kunnen worden gemaakt, gescoord en genormeerd naar de verschillende schoolniveaus (zwak, voldoende en goed presterende scholen) en laat de scholen alstublieft zelf bepalen op welke wijze ze de stempel zwak willen ontlopen. Scholen die twee jaar achter elkaar het stempel zwak krijgen, middels een doorsnede van de eindtoetscores, krijgen een officiële waarschuwing en opnieuw twee jaar de tijd om zich te verbeteren.
In dit mooie systeem hebben we de onderwijsinspectie en hun eeuwige gezeur, muggenzifterij, afgaan op de papieren kwaliteit van het onderwijs en administratieve voorschriften niet meer nodig. Afschaffen dus. Tegen de totale bezuiniging van 18 miljard zal het opheffen van dit overbodige overheidscontrole-orgaan slechts een druppel op de gloeiende plaat zijn, maar voor leerkrachten zal dit zeer motiverend werken en dat alleen zal aanmerkelijke verhogend werken op de kwaliteit van het onderwijs.
Laat deze beschouwing rustig op u inwerken en tot de volgende.
de Secretaris
zondag 17 oktober 2010
zondag 3 oktober 2010
De geheime plannen van Geert
Geweldig zoals Geert het spelletje speelt. Van mijn grote vriend Martin, belangrijk in de partij, weet ik alle ins-en-outs van Geert en ik moet zeggen....ik ben onder de indruk. Iedereen die denkt dat Geert nu zijn zin heeft, slaat de plank behoorlijk mis. Hij is net begonnen. Als dit Kabinet behoorlijk op dreef is, dan trekt Geert de stekker eruit met het verwijt dat de 'partners' niet genoeg durven door te pakken. Dat gaat natuurlijk gepaard met stevige woorden die de gewone man wil horen en bij de eerstvolgende verkiezingen wordt Geert de grootste. En dan, dan gaat Geert helemaal los. Martin liet me een blauwdruk zien van de geheime plannen van Geert onder de voorwaarde dat ik er niets over naar buiten zou brengen. Maar ja, daar stoor ik me natuurlijk niet aan, vrijheid van meningsuiting niet waar! Zou Geert toch ook vinden?
Pas als Geert aan de macht is, wordt Nederland namelijk echt teruggegeven aan de hardwerkende Nederlander, aan mij dus en aan jou, beste lezer. Ik zal een paar van Geerts plannetjes openbaren en eerlijk waar: ik sta te juichen en ik denk dat jij dat ook zult gaan doen. Let op! Om de doorstroming in het verkeer te bevorderen gaat de maximumsnelheid omhoog naar 160 km per uur. Voor mensen die lange afstanden moeten rijden een waar genot. Ik ben voor. De hypotheekrente blijft niet alleen bestaan, nee Geert doet meer! Banken worden ook verplicht om de laagste rente in rekening te brengen met een maximum opslag van 0,5 %. Opnieuw een traktatie voor mij, als woningbezitter, maar ook goed voor de starters. Nagenoeg geniaal is het idee om, naast de boerka's, ook pet plus capuchon te verbieden. Knap gevonden hoor, 't is ook geen gezicht zo'n kop verborgen onder pet en capuchon. Het wordt voortaan kiezen voor de opgeschoten jeugd.
Gesponsord door een aantal rijke Chinezen wordt er een muur om Nederland gebouwd met slechts vijf toegangspoorten. Goed voor de werkgelegenheid en een verdere beperking van de instroom van vreemdelingen. Uiteraard wordt de muur voorzien van prikkeldraad en stroom, dat spreekt voor zich. Anders klimmen ze als apen over onze muren.
Na de aanstelling van animal-cops tijdens deze Kabinetsperiode, zal Geert zorgen voor de benoeming van 15oo colour-cops. Zij moeten iedereen 'met een kleurtje' achter de vodden aanzitten en een beetje het leven zuur maken, tenzij ze onomstotelijk kunnen bewijzen dat zij een meerwaarde vormen voor onze Nederlandse samenleving en ik zeg u: "Die eisen zijn hoog!"
Om het de colour-cops wat gemakkelijker te maken worden zonnebanken verboden, moeten zonnestudio's sluiten en worden Nederlanders verzocht om zo min mogelijk in de zon te liggen en met hun vakantiebestemming rekening te houden met de mogelijkheid dat bij terugkomst de colour-cops zich af en toe vergissen. Nederlanders die toch gebruind terugkomen van vakantie kunnen bij het boeken van een reis bij een erkend reisbureau ook een embleem krijgen met een afbeelding van een zonnig strand. Als dit op de kleding wordt gedragen weten de colour-cops dat zij te maken hebben met echte Nederlanders en lopen ze niet de kans om lastig gevallen te worden.
En? Hoe lijkt dit allemaal? Smaakt naar meer zeker hè? Ik kan u verzekeren: er is meer, maar ik wil Geert niet al het gras voor de voeten wegmaaien. Houdt de ontwikkelingen goed in de gaten en ik heb u onderhand genoeg meegegeven om eens nader met uw familie, vrienden en kennissen te beschouwen.
Tot de volgende keer,
de Secretaris
Pas als Geert aan de macht is, wordt Nederland namelijk echt teruggegeven aan de hardwerkende Nederlander, aan mij dus en aan jou, beste lezer. Ik zal een paar van Geerts plannetjes openbaren en eerlijk waar: ik sta te juichen en ik denk dat jij dat ook zult gaan doen. Let op! Om de doorstroming in het verkeer te bevorderen gaat de maximumsnelheid omhoog naar 160 km per uur. Voor mensen die lange afstanden moeten rijden een waar genot. Ik ben voor. De hypotheekrente blijft niet alleen bestaan, nee Geert doet meer! Banken worden ook verplicht om de laagste rente in rekening te brengen met een maximum opslag van 0,5 %. Opnieuw een traktatie voor mij, als woningbezitter, maar ook goed voor de starters. Nagenoeg geniaal is het idee om, naast de boerka's, ook pet plus capuchon te verbieden. Knap gevonden hoor, 't is ook geen gezicht zo'n kop verborgen onder pet en capuchon. Het wordt voortaan kiezen voor de opgeschoten jeugd.
Gesponsord door een aantal rijke Chinezen wordt er een muur om Nederland gebouwd met slechts vijf toegangspoorten. Goed voor de werkgelegenheid en een verdere beperking van de instroom van vreemdelingen. Uiteraard wordt de muur voorzien van prikkeldraad en stroom, dat spreekt voor zich. Anders klimmen ze als apen over onze muren.
Na de aanstelling van animal-cops tijdens deze Kabinetsperiode, zal Geert zorgen voor de benoeming van 15oo colour-cops. Zij moeten iedereen 'met een kleurtje' achter de vodden aanzitten en een beetje het leven zuur maken, tenzij ze onomstotelijk kunnen bewijzen dat zij een meerwaarde vormen voor onze Nederlandse samenleving en ik zeg u: "Die eisen zijn hoog!"
Om het de colour-cops wat gemakkelijker te maken worden zonnebanken verboden, moeten zonnestudio's sluiten en worden Nederlanders verzocht om zo min mogelijk in de zon te liggen en met hun vakantiebestemming rekening te houden met de mogelijkheid dat bij terugkomst de colour-cops zich af en toe vergissen. Nederlanders die toch gebruind terugkomen van vakantie kunnen bij het boeken van een reis bij een erkend reisbureau ook een embleem krijgen met een afbeelding van een zonnig strand. Als dit op de kleding wordt gedragen weten de colour-cops dat zij te maken hebben met echte Nederlanders en lopen ze niet de kans om lastig gevallen te worden.
En? Hoe lijkt dit allemaal? Smaakt naar meer zeker hè? Ik kan u verzekeren: er is meer, maar ik wil Geert niet al het gras voor de voeten wegmaaien. Houdt de ontwikkelingen goed in de gaten en ik heb u onderhand genoeg meegegeven om eens nader met uw familie, vrienden en kennissen te beschouwen.
Tot de volgende keer,
de Secretaris
zondag 19 september 2010
I Maximus
Nog een week of 2, hooguit drie en dan kun je wel zeggen dat ik mijn doel heb bereikt: Het CDA weghalen uit het midden en er een solide rechtse partij van maken. Uiteraard had ik daarbij een mooie positie voor mij in gedachten. Hoe het spel gespeeld werd snapte ik pas goed toen ik zag hoe gemakkelijk je een gevaarlijke tegenstander kan uitschakelen door een negatief beeld van hem op te hangen. Jammer voor Wouter (best een aardige vent), maar zijn partij moest een toontje lager zingen en mijn 'met Bos ben je de klos' heeft uitstekend gewerkt. Ook JP moest weg. Maar dat moest ik sluw aanpakken. Belangrijk was dat ik hem de hemel inprees na de val van het Kabinet. Toen Van Heeswijk mij belde op die mooie avond en me vroeg wat ik vond van het doorgaan met JP als eerste man steunde ik dat voorstel uiteraard van harte. Ik wist wel dat het niets zou worden, dat we als partij klappen zouden krijgen. De mensen waren helemaal uitgekeken op JP en mijn kans zou daarna komen. Ik had daar al uitvoerig over gesproken met Henk, toen nog secretaris van het bestuur, maar in belangrijk in mijn plannen. Henk steunde me. Henk is zo mogelijk nog onbetrouwbaarder en manipulatiever dan ik, maar van een grefo wordt dat kennelijk eerder verwacht dan van een katholiek. Je snapt wel dat het zetelverlies van mijn partij me dus niet slecht uitkwam, al kon ik dat natuurlijk niet laten merken. JP stapte op, gevolgd door Peter, de partijvoorzitter. Dat ik het daarna voor het zeggen zou hebben in de partij was natuurlijk zonneklaar. Veel concurrentie had ik tenslotte niet, daar had ik wel voor gezorgd. JP en Peter vertrouwden me volkomen en zodoende kon ik mijn invloed laten gelden bij de samenstelling van de lijst. Alleen kon ik niet zo gemakkelijk van Ab af. Die heeft in de partij nog een grote naam, maar ik erger me al jaren wild aan dat arrogante semi-linkse geweten van onze partij. Met mijn meest vrome gezicht zei ik na de verkiezingen dat ons als verliezers bescheidenheid past. Natuurlijk hadden Henk en ik al nog voor de start van de onderhandelingen met Geert het hele scenario doorgesproken en heeft hij die zaken weer afgekaart met Mark. Het liep precies zoals we wilden. Het boegbeeld Cohen overspeelde al vrij snel zijn hand bij Mark, die tot Jobs 'stomme verbazing' de onderhandelingen staakte. Gelukkig was het niet al te duidelijk dat Mark het liefst met ons verder wilde. Wat dat betreft moet Mark nog veel leren. Hij wil zo graag minister-president worden dat Geert en ik vrijwel alles voor elkaar kunnen krijgen. Ik moest alleen nog de kwestie Ab regelen. Ik vind dat ik dat slim heb aangepakt door hem medeonderhandelaar te maken. Ik wist dat hij daar niet tegen zou kunnen en zijn kont tegen de krib zou gooien. Met behulp van mijn broeder-in-de-strijd Henk hebben we het probleem Klink aardig kunnen tackelen. Kathleen en Ad, de twee andere dissidenten hebben we nu al aardig aan de leiband. Overigens speelt dat probleem niet echt meer, omdat de SGP in vertrouwen al aan Piet Hein heeft laten weten een nieuw rechts Kabinet te zullen steunen.
Nu we er bijna uit zijn, kon ik niet nalaten om nog even te zuigen naar links en dan vooral naar de PvdA, door te zeggen dat ik reken op een constructieve houding van de oppositie. Daarbij trok ik natuurlijk weer mijn meest redelijke gezicht dat zoiets uitstraalde als "wie kan daar nou tegen zijn". Gaat die Job dat 's avonds op zijn eigen hakkelende wijze in P&W ook nog eens bevestigen. Nee, die zien we voorlopig niet meer terug!
Ik wil liever geen minister van Buitenlandse Zaken meer worden. Ik wil dicht in de buurt van Mark blijven. Alleen met Geert vertrouw ik het niet en bij Buitenlandse Zaken ben ik te vaak van huis. Ik wil wel zo'n nieuw combinatie-ministerie, beetje met landbouw, milieu en nog wat van die dingen. Kan ik aan de ene kant iets extra's doen voor onze achterban en aan de ander kant die linkse milieugroeperingen aan banden leggen.
Ik ben al wat kandidaten voor ministersposten aan het benaderen. Screening op competenties is van belang, maar het moeten geen al te grote ego's zijn en vooral van rechtse signatuur. De tijd om voor eens en voor altijd met links af te rekenen, buiten en vooral binnen mijn partij, is aangebroken en daar wil en zal ik goed gebruik van maken. Dat wordt mijn erfenis en tevens de kroon op mijn werk.
Was getekend: Maxime Verhagen
Nu we er bijna uit zijn, kon ik niet nalaten om nog even te zuigen naar links en dan vooral naar de PvdA, door te zeggen dat ik reken op een constructieve houding van de oppositie. Daarbij trok ik natuurlijk weer mijn meest redelijke gezicht dat zoiets uitstraalde als "wie kan daar nou tegen zijn". Gaat die Job dat 's avonds op zijn eigen hakkelende wijze in P&W ook nog eens bevestigen. Nee, die zien we voorlopig niet meer terug!
Ik wil liever geen minister van Buitenlandse Zaken meer worden. Ik wil dicht in de buurt van Mark blijven. Alleen met Geert vertrouw ik het niet en bij Buitenlandse Zaken ben ik te vaak van huis. Ik wil wel zo'n nieuw combinatie-ministerie, beetje met landbouw, milieu en nog wat van die dingen. Kan ik aan de ene kant iets extra's doen voor onze achterban en aan de ander kant die linkse milieugroeperingen aan banden leggen.
Ik ben al wat kandidaten voor ministersposten aan het benaderen. Screening op competenties is van belang, maar het moeten geen al te grote ego's zijn en vooral van rechtse signatuur. De tijd om voor eens en voor altijd met links af te rekenen, buiten en vooral binnen mijn partij, is aangebroken en daar wil en zal ik goed gebruik van maken. Dat wordt mijn erfenis en tevens de kroon op mijn werk.
Was getekend: Maxime Verhagen
zondag 5 september 2010
Ex-bestuurders verdienen het!
Vooral sinds de gemeenteraadsverkiezingen in dit voorjaar liggen de ex-bestuurders onder vuur vanwege de zgn. riante wachtgeldregelingen. Kreten als 'zakkenvullers' en 'profiteurs' zijn regelmatig te horen en ook de media gooien in dit verband maar al te graag olie op het vuur. Het Dagblad van het Noorden suggereerde afgelopen zaterdag met de kop 'Miljoenen voor afgezwaaide wethouders' dat deze groep dames en heren maar al te graag hun hand op houden, zonder daar iets tegenover te stellen. 'Legaal maar omstreden' luidt een andere kop en je moet al ver in het artikel duiken om enig fatsoenlijk tegengeluid te bemerken. Weinigen troosten zich de moeite om uit te leggen hoe het nu precies zit en waarom deze wachtgeldregelingen zo 'ruimhartig' zijn. Overigens is de maximum duur van het wachtgeld voor het overgrote deel van de voormalige politieke bestuurders teruggebracht van 6 naar 4 jaar. Het beeldvorming rond de wachtgeldregelingen van ex-bestuurders wordt m.i. negatief gekleurd door de uitwassen die breed worden uitgemeten in de pers. Deze wordt vnl. veroorzaakt doordat er een minimum wachtgeldduur bestaat van 2 jaar, waardoor een politicus die na enkele maanden, al of niet noodgedwongen (vertrekreden speelt geen rol in de wachtgeldregeling) afstand moet doen van zijn bestuurdersbaantje en elk geval 2 jaar kan genieten van de uitkering. Zelf Philomena Bijlhout die voor de LPF slechts enkele uren als staatssecretaris werkzaam was geweest ontving vervolgens nog ruim 2 jaar wachtgeld onder het vorige regime.
Ik ben voor een ruimharige regeling voor ex-politici. Er is geen baan die zo riskant is als die van politiek bestuurder. Je bent namelijk niet alleen afhankelijk van je eigen kwaliteiten, maar ook en misschien nog wel meer van de luimen van de raad of je eigen fractie. Het zijn niet alleen de zwakke wethouders die het veld moeten ruimen, ook goede en misschien wel te goede wethouders worden sinds de invoering van het dualisme te snel de wacht aangezegd. Een onderzoek uit 2008 weest uit dat ex-wethouders moeilijk aan de bak komen na hun bestuurlijke carrière. Zeker waar het wethouders betreft uit middelgrote en kleinere gemeenten. Verder is er vrijwel geen baan te vinden waarin je zoveel uren moet maken als wethouder. Vergaderen, inspraakavonden, dossiers lezen, spreekuur en wat dies meer zij, zorgen ervoor dat werkweken van meer dan 70 uur geen uitzondering zijn.
Als je je maatschappelijke carrière inruilt voor een politieke dan moet je veelal in de salarissfeer een veer laten, maar uit idealisme om iets te betekenen voor de inwoners van je gemeente of land is dat meestal niet zo'n probleem. Veel mensen hebben dat er graag voor over. Wat de kandidaten onzeker en ongerust maakt is de onzekerheid over de toekomst. De politiek biedt namelijk geen enkele zekerheid.
Die onzekerheid over de toekomst mag van mij derhalve best een goede compensatie hebben en daarom ben ik van mening dat een wachtgeldregeling die tegemoetkomt aan bestuurders die de zekerheid van een bestaan bij de overheid of in het bedrijfsleven inruilen voor de onzekerheid van de politiek best heel genereus mag zijn.
Het gehuil over die zgn. 'riante' wachtgeldregeling is mijns inziens dus ook te gemakkelijk en zeer ongepast.
Tot de volgende beschouwing,
de Secretaris
Ik ben voor een ruimharige regeling voor ex-politici. Er is geen baan die zo riskant is als die van politiek bestuurder. Je bent namelijk niet alleen afhankelijk van je eigen kwaliteiten, maar ook en misschien nog wel meer van de luimen van de raad of je eigen fractie. Het zijn niet alleen de zwakke wethouders die het veld moeten ruimen, ook goede en misschien wel te goede wethouders worden sinds de invoering van het dualisme te snel de wacht aangezegd. Een onderzoek uit 2008 weest uit dat ex-wethouders moeilijk aan de bak komen na hun bestuurlijke carrière. Zeker waar het wethouders betreft uit middelgrote en kleinere gemeenten. Verder is er vrijwel geen baan te vinden waarin je zoveel uren moet maken als wethouder. Vergaderen, inspraakavonden, dossiers lezen, spreekuur en wat dies meer zij, zorgen ervoor dat werkweken van meer dan 70 uur geen uitzondering zijn.
Als je je maatschappelijke carrière inruilt voor een politieke dan moet je veelal in de salarissfeer een veer laten, maar uit idealisme om iets te betekenen voor de inwoners van je gemeente of land is dat meestal niet zo'n probleem. Veel mensen hebben dat er graag voor over. Wat de kandidaten onzeker en ongerust maakt is de onzekerheid over de toekomst. De politiek biedt namelijk geen enkele zekerheid.
Die onzekerheid over de toekomst mag van mij derhalve best een goede compensatie hebben en daarom ben ik van mening dat een wachtgeldregeling die tegemoetkomt aan bestuurders die de zekerheid van een bestaan bij de overheid of in het bedrijfsleven inruilen voor de onzekerheid van de politiek best heel genereus mag zijn.
Het gehuil over die zgn. 'riante' wachtgeldregeling is mijns inziens dus ook te gemakkelijk en zeer ongepast.
Tot de volgende beschouwing,
de Secretaris
dinsdag 17 augustus 2010
Boekbeschouwing: De Superpromotor
Zoals gewoonlijk de vakantie deels nuttig gemaakt door een boek te lezen dat rechtstreeks of zijdelings te maken heeft met mijn werk. Deze keer was het 'De Superpromotor' door Rijn Vogelaar. Rijn is algemeen directeur van Blauw Research en gespecialiseerd in klantrelaties, aanbevelingsgedrag en social networking.
Het interessante aan dit boek is dat Rijn duidelijk maakt dat organisaties, waartoe ik gemakshalve ook maar alle bedrijven reken, zich vooral bezig houden met de 'klagende klanten, zeurende journalisten, ontevreden medewerkers of gefrustreerde burgers'. Net als in het onderwijs, waar leerlingen vooral horen wat ze niet goed doen, richten organisaties zich vooral op zaken die mis gaan. Er is een hele industrie ontstaan rond kwaliteitsystemen en verbeterprogramma's, allemaal om het de klagers naar de zin te maken.
"Niet doen!" zegt de auteur, "maak het podium vrij voor de enthousiastelingen, de superpromotors". Een superpromotor is een enthousiasteling die zijn enthousiasme deelt of uitdraagt en anderen hiermee beïnvloedt. Dit in tegenstelling tot de antipromotor die uitgesproken negatief is en daarmee maar al te graag zijn omgeving beïnvloedt, waarmee hij zich kan ontwikkelen tot een geduchte vijand.
Haarfijn legt Vogelaar in zijn boek uit waarom bedrijven zich moeten richten op de superpromoter, waarbij hij uitvoerig verschillende werkwijzen aan de hand doet om deze superpromotors op te sporen en actief in te zetten ten faveure van de eigen organisatie. Daarbij wordt ingegaan op diverse methodieken om enthousiasme te meten. Rijn laat zien hoe makkelijk superpromotors hun wervende activiteiten in kunnen zetten in verschillende sociale netwerken die mede ons tijdsbeeld bepalen. Rijn raadt de bedrijven aan niet te sturen op klant(on)tevredenheid, maar zich meer te richten op enthousiasme en het daaraan gekoppelde aanbevelingsgedrag. Sturen op superpromotors dus, waarbij die superpromotors dienen als 'generatoren voor omzetgroei, bewaker van de ziel, ziener, energiebron, kritische vriend en als kostenbesparing.
In een van de laatste hoofdstukken introduceert de schrijver 'Odilia' "een praktisch model om relevante superpromotors te leren kennen en hen te assisteren bij het beïnvloeden van hun omgeving.
In de visie van Rijn moeten organisaties ophouden met de overconcentratie op ontevreden klanten maar moeten zijn ontdekken wie hun superpromotors zijn en naar ze luisteren. Organisaties die dit doen en dan ook nog de juiste acties ondernemen, hebben de kans om een flinke voorsprong te nemen op de concurrentie.
Een makkelijk te lezen boekje dat een must is voor directies en marketingafdelingen van organisaties die radicaal willen breken met de manier waarop klanten tot dusver worden benaderd.
Het boek is uitgegeven bij Van Duuren Media B.V.in Culemborg.
Ik wens u veel leesplezier,
De secretaris
Het interessante aan dit boek is dat Rijn duidelijk maakt dat organisaties, waartoe ik gemakshalve ook maar alle bedrijven reken, zich vooral bezig houden met de 'klagende klanten, zeurende journalisten, ontevreden medewerkers of gefrustreerde burgers'. Net als in het onderwijs, waar leerlingen vooral horen wat ze niet goed doen, richten organisaties zich vooral op zaken die mis gaan. Er is een hele industrie ontstaan rond kwaliteitsystemen en verbeterprogramma's, allemaal om het de klagers naar de zin te maken.
"Niet doen!" zegt de auteur, "maak het podium vrij voor de enthousiastelingen, de superpromotors". Een superpromotor is een enthousiasteling die zijn enthousiasme deelt of uitdraagt en anderen hiermee beïnvloedt. Dit in tegenstelling tot de antipromotor die uitgesproken negatief is en daarmee maar al te graag zijn omgeving beïnvloedt, waarmee hij zich kan ontwikkelen tot een geduchte vijand.
Haarfijn legt Vogelaar in zijn boek uit waarom bedrijven zich moeten richten op de superpromoter, waarbij hij uitvoerig verschillende werkwijzen aan de hand doet om deze superpromotors op te sporen en actief in te zetten ten faveure van de eigen organisatie. Daarbij wordt ingegaan op diverse methodieken om enthousiasme te meten. Rijn laat zien hoe makkelijk superpromotors hun wervende activiteiten in kunnen zetten in verschillende sociale netwerken die mede ons tijdsbeeld bepalen. Rijn raadt de bedrijven aan niet te sturen op klant(on)tevredenheid, maar zich meer te richten op enthousiasme en het daaraan gekoppelde aanbevelingsgedrag. Sturen op superpromotors dus, waarbij die superpromotors dienen als 'generatoren voor omzetgroei, bewaker van de ziel, ziener, energiebron, kritische vriend en als kostenbesparing.
In een van de laatste hoofdstukken introduceert de schrijver 'Odilia' "een praktisch model om relevante superpromotors te leren kennen en hen te assisteren bij het beïnvloeden van hun omgeving.
In de visie van Rijn moeten organisaties ophouden met de overconcentratie op ontevreden klanten maar moeten zijn ontdekken wie hun superpromotors zijn en naar ze luisteren. Organisaties die dit doen en dan ook nog de juiste acties ondernemen, hebben de kans om een flinke voorsprong te nemen op de concurrentie.
Een makkelijk te lezen boekje dat een must is voor directies en marketingafdelingen van organisaties die radicaal willen breken met de manier waarop klanten tot dusver worden benaderd.
Het boek is uitgegeven bij Van Duuren Media B.V.in Culemborg.
Ik wens u veel leesplezier,
De secretaris
donderdag 8 juli 2010
Zaakje voor de formateurs
Op de valreep moet ik uiteraard nog even aandacht schenken aan de lopende formatiepogingen. Dat het CDA niet in de regering zal komen is pure winst. Verder lijkt Paars plus alleen maar te kunnen lukken als partijen veel kwesties over laten aan de Kamer. Onder het mom van een simpel regeerakkoord op 1 A4-tje laten de linkse partijen, waar ik gemakshalve ook maar even D66 toe reken, zich mooi in de luren leggen door de VVD. Die kan er namelijk veel 'rechtse' zaken in de Kamer doorheen jassen, omdat er regelmatig een rechtse meerderheid te vormen zal zijn met PVV en CDA, terwijl links telkens het nakijken zal hebben over de voor hen belangrijke zaken. Nieuwe verkiezingen lijken me de enige goede oplossing en dan maar hopen dat niet alleen de PVV daar garen bij spint. Mocht het toch nog tot een werkbare coalitie leiden, dan hoop ik dat Pechtold het oorspronkelijke gedachtengoed van zijn partij, de bestuurlijke vernieuwing, niet vergeten is. Toen in 2002 het dualisme bij de lagere overheden (provincie en gemeente) werd ingevoerd, werd als voorbeeld de situatie in de Tweede Kamer aangehaald. Ministers maken daar tenslotte ook geen deel uit van het parlement. Ik wil het nu niet hebben over de uitwassen die het dualisme in veel gemeenten heeft voortgebracht, maar wel over een los eindje dat nog rondzwerft, nl de positie van de burgemeester. Waar de grootste partij over het algemeen de premier levert, vindt op lokaal niveau iets heel anders plaats. De burgemeester wordt voorgedragen door de raad en door de Kroon benoemd. Het lijkt mij wenselijk dat hier ook de landelijke situatie wordt doorgetrokken. Na de gemeenteraadsverkiezingen komt er een coalitie, waarbij de grootste partij in het college de burgemeester levert. Die heeft dus ook een zittingsperiode van 4 jaar. Het levert een steviger bijdrage aan de lokale democratie.
Een coalitie wil graag een programma uitvoeren en het is logisch dat de burgemeester symbool staat voor de uitvoering daarvan. Ik zou het ook vanzelfsprekend vinden dat de positie van de gemeentesecretaris wordt ingevuld door een vertrouweling van de burgemeester. De kwaliteit van de samenwerking binnen het duo burgemeester/secretaris is veelal bepalend voor de kwaliteit van de verbinding tussen het politieke bestuur en het ambtelijk apparaat. Steeds vaker sneuvelen gemeentesecretarissen op het feit dat ze met de (nieuwe) burgemeester niet door één deur kunnen. Een oud gezegde is dat een goede secretaris 'sneuvelbereid' moet zijn, maar dat is niet gemakkelijk met een hypotheek en studerende kinderen.
Het zou goed zijn als de formateurs aan deze kwestie ook eens de nodige aandacht zouden schenken.
Tot in september,
de Secretaris
Een coalitie wil graag een programma uitvoeren en het is logisch dat de burgemeester symbool staat voor de uitvoering daarvan. Ik zou het ook vanzelfsprekend vinden dat de positie van de gemeentesecretaris wordt ingevuld door een vertrouweling van de burgemeester. De kwaliteit van de samenwerking binnen het duo burgemeester/secretaris is veelal bepalend voor de kwaliteit van de verbinding tussen het politieke bestuur en het ambtelijk apparaat. Steeds vaker sneuvelen gemeentesecretarissen op het feit dat ze met de (nieuwe) burgemeester niet door één deur kunnen. Een oud gezegde is dat een goede secretaris 'sneuvelbereid' moet zijn, maar dat is niet gemakkelijk met een hypotheek en studerende kinderen.
Het zou goed zijn als de formateurs aan deze kwestie ook eens de nodige aandacht zouden schenken.
Tot in september,
de Secretaris
maandag 28 juni 2010
Schaam je, FNV
Werkgevers en werknemers in de SER hebben een zgn Pensioenakkoord gesloten. Belangrijkste punt is natuurlijk de verhoging van de AOW/pensioenleeftijd naar 66 jaar met de afspraak om t.z.t. te bekijken of er nog een jaartje bij moet. Ik heb hier al eerder betoogd dat er een addertje onder het gras zit, een forse adder zelfs in de vorm van een gelijkblijvende premie en een mogelijke wisselende pensioenuitkering. De FNV leden werden geraadpleegd en konden in een referendum aangeven of dit akkoord hun instemming had. In de oproep daartoe die bij de leden in de bus was gevallen werd echter met geen woord gerept over de mogelijkheid dat de pensioenuitkering afhankelijk zou worden van het beleggingsresultaat. Er werd alleen gerept van een 'gelijkblijvende' premie. Dit is volksverlakkerij pur sang en een vakbond die zegt op te komen voor de belangen van de werknemers onwaardig. Uiterlijk in 2012 komt men met nieuwe pensioencontracten en ik raad iedereen die zijn pensioen lief heeft aan, de ontwikkelingen zorgvuldig te (blijven) volgen.
Ook een omissie in de overeenkomst is m.i. dat er niet meer wordt gerept van het maken van een uitzondering voor de 'zware' beroepen. Ook in dit geval hebben de vakbonden hun huig naar de werkgeverswind laten hangen. Een treurige zaak en dat roept maar eens te meer de vraag op of de vakbonden die nog maar slechts 20 % van de werknemers aan zich gebonden weten, wel de goede instituten zijn om over de belangen van de werknemers te praten.
Erg fraai is het in elk geval allemaal niet.
De secretaris komt in september weer terug. Ik wens u een goede zomervakantie.
de Secretaris
Ook een omissie in de overeenkomst is m.i. dat er niet meer wordt gerept van het maken van een uitzondering voor de 'zware' beroepen. Ook in dit geval hebben de vakbonden hun huig naar de werkgeverswind laten hangen. Een treurige zaak en dat roept maar eens te meer de vraag op of de vakbonden die nog maar slechts 20 % van de werknemers aan zich gebonden weten, wel de goede instituten zijn om over de belangen van de werknemers te praten.
Erg fraai is het in elk geval allemaal niet.
De secretaris komt in september weer terug. Ik wens u een goede zomervakantie.
de Secretaris
Abonneren op:
Posts (Atom)
